

Weet jij alles over internet? En over veilig gedrag op internet?
Beantwoord de vragen en test jezelf!
Vraag 1
Je typt een adres van een website verkeerd in. Wat gebeurt er?
a. Je gaat vanzelf naar de goede website, want de computer weet wel wat ik bedoel.
b. Je komt op een andere website terecht of de website wordt niet gevonden.
c. De computer verbetert de typefout.
Vraag 2
Je ziet op een website dat je een prijs kunt winnen als je een sms stuurt. Wat kun je het beste doen?
a. Ik stuur geen sms.
b. Ik stuur wel een sms.
c. Dat hangt van de prijs af.
Vraag 3
Je doet een spelletje op internet. Om verder te gaan moet je een e-mailadres van een vriend invullen. Wat doe je?
a. Ik vul het e-mailadres van een vriend in.
b. Ik vul het e-mailadres van een klasgenoot in.
c. Ik vul geen e-mailadres in.
Vraag 4
Kun je reclame op internet altijd herkennen?
a. Ja, er staat altijd het woord Advertentie bij.
b. Ja, reclame is altijd een bewegend plaatje.
c. Nee, je kunt reclame op internet niet altijd herkennen.
Vraag 5
Je surft op internet. Opeens zie je een venster met een waarschuwing dat je computer is besmet met een virus. Er staat dat je iets moet installeren. Wat doe je?
a. Je klikt op OK. Zo'n waarschuwing moet je altijd geloven.
b. Je sluit het venster met het kruisje rechtsboven. Zo'n waarschuwing moet je nooit geloven.
c. Je drukt op de Enter-toets op je toetsenbord. Dan ben je er vanaf.
Vraag 6
Is alles wat je op internet leest waar? Of staat er ook onzin op internet?
a. Alle informatie op het internet is altijd waar.
b. Bijna niks op het internet is waar.
c. Niet alles is waar. Je moet altijd goed kijken waar de informatie vandaan komt.
Vraag 7
Je wilt een spelletje spelen op internet. Je moet eerst je naam intypen. Wat doe je?
a. Je typt je naam in.
b. Je typt de naam van een vriend in.
c. Je typt een zelfbedachte naam in.
Vraag 8
Je krijgt een berichtje dat iemand jouw vriend wil worden. Je kent hem niet. Hij wil met je chatten. Wat doe je?
a. Ik voeg hem niet toe aan mijn contactpersonenlijst, want ik ken hem niet.
b. Natuurlijk ga ik met hem chatten. Nieuwe vrienden maken is leuk.
c. Ik twijfel over wat ik zal doen. Mischien is hij wel leuk.
Vraag 9
Je hebt een foto genomen van je vrienden. Ze staan er heel raar op. Zet jij die foto op internet?
a. Nee, natuurlijk niet. Zo'n foto kan door iedereen opgeslagen worden. Dat zouden ze niet leuk vinden.
b. Ik zet hem op internet. Dan kan iedereen ze uitlachen als ze die foto zien.
c. Ik bewaar hem en zet hem alleen op internet als ik ruzie met ze heb.
Vraag 10
Je hebt een webcam. Iemand zegt dat je iets moet doen voor de webcam waar je geen zin in hebt. Wat doe je?
a. Ik doe het maar om vrienden te blijven met die persoon.
b. Ik blokkeer en verwijder die persoon uit mijn contactpersonenlijst en vertel het direct aan mijn ouders.
c. Ik doe alles voor de webcam, want dat wordt toch niet bewaard.
Had je alle vragen in één keer goed?
Knap gedaan! Je hebt een 10!
Had je één of meer vragen niet meteen goed?
Dan heb je gelezen waarom dat antwoord fout was.
En je hebt dus weer wat geleerd over veilig gedrag op internet!
Wil je wel eens een echte computertoets proberen?
Ga dan naar de toetsenwebsite www.computerbrevet.nl
Als je de toets goed maakt, wordt er een computerbrevet opgestuurd naar je e-mailadres.
(Een brevet is een soort diploma.)